GroenLinks wil behoud van ervaring in de jeugdzorg en dient 5 juni een motie in!

Kees van Drunen zal tijdens de raadsvergadering van 5 juni een motie indienen met de strekking dat Maasdriel in de Regio Rivierenland moeite zou moeten doen om verlies van ervaren krachten in de Jeugdzorg te beperken , dit na een oproep van de Abva/kabo en de bureau's Jeugdzorg.

 

MOTIE

Griffienummer:

Raadsvergadering van:             5-6-2014                                             

Onderwerp:                               Banenpool medewerkers Jeugdzorg                                                    

 

De gemeenteraad van de gemeente Maasdriel in vergadering bijeen op 5 juni 2014,

overwegende dat:

  1. De transities in de jeugdzorg grote gevolgen hebben voor clienten en hulpverleners;
  2. De bezuinigingen in Regio Rivierenland al leidt tot verslechtering van het kengetal één-op-één cliënt-hulpverlener-relatie, dat met het oog op efficiënter zorg juist omhoog zou moeten
  3. Dat er grote gaten dreigen te vallen als zoveel ervaring en opgebouwde client-hulpverlener-relaties wegvloeien;
  4. Dat het goed en kostenefficiënt is om deze expertise voor Regio Rivierenland te bewaren;

 

verzoekt het college van B&W:

Om alles in het werk te stellen om de totstandkoming van een banenpool voor hulpverleners in de Jeugdzorg te helpen bevorderen dan wel te initiëren in de Regio; dit met het oog op zo optimaal mogelijke kwaliteit van de zorg in de nabije toekomst (geen 100% banengarantie) en aanvaardbare risico’s voor de gezamenlijke partijen.
 

Om de precieze inhoudelijke vormgeving te realiseren, wordt het college  opgeroepen hiervoor contact op te nemen met de initiatiefnemers van de oproep van Jeugdzorg Nederland en Abvakabo/FNV, zoals te lezen in de bijlage bij deze motie uit het dagblad Trouw van 2 juni 2014, de jeugdzorg-organisaties in onze regio (Bureau Jeugdzorg, MEE, etc.) en de andere gemeentebesturen in onze regio;

en gaat over tot de orde van de dag

 

fractie GL                     ………………      ………………     ……………..     …………….

 

 

C. van Drunen